Wij ontwerpen, installeren, onderhouden, inspecteren en engineeren bliksemafleiderinstallaties volgens de NEN-EN-IEC 62305-4. Deze kan bestaan uit klasse LPL1 (beveiligingsgraad 0,98), LPL2 (beveiligingsgraad 0,95), LPL3 (beveiligingsgraad 0,88) of een LPL4 (beveiligingsgraad 0,81), waarvan klasse LPL1 de hoogste en LPL4 de laagste beveiligingsklasse is. De beveiligingsklasse wordt bepaalt door het maken van een risicoanalyse volgens de NEN-EN-IEC 62305-2. Een bliksemafleiderinstallatie (LPS) zorgt er bij een directe blikseminslag (10/350) voor dat de bliksemstromen (LEMP) gecontroleerd naar aarde worden afgevoerd.
Alle werkzaamheden op het gebied van aarding zullen worden uitgevoerd volgens
de NEN 1010 en de NPR 5310.
Aarding is in elk object aanwezig, aangezien alle vreemd geleidende en
actieve delen vereffend dienen te zijn.
De aardverspreidingsweerstand van het aardingssysteem is afhankelijk van de
dienstdoende smeltpatronen of de eventueel aanwezige aardlekschakelaars. Het doel van een aardingsinstallatie is om door middel van de juiste aardverspreidingsweerstand te realiseren de dienstdoende beveiliging tijdig uit te laten schakelen.
Sinds de invoering van de internationale norm NEN-EN-IEC 62305, zijn SPD’s (bliksemstroomafleiders / overspanningsafleiders) niet meer optioneel bij het aanbrengen van een LPS (bliksemafleiderinstallatie). Deze 2 maatregelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden om tot een LPS (bliksemafleiderinstallatie) te komen, waarbij we in staat zijn een 8/20 (indirecte blikseminslag) en een 10/350 (directe blikseminslag) volledig te beheersen. Het is noodzakelijk de SPD's (bliksemstroomafleiders / overspanningsafleiders) conceptmatig volgens de NEN-EN-IEC 62305-4 / NPR 8110 aan te brengen.